Zaal

Wie voor de eerste keer Nova binnenstapt is vaak onder de indruk van de staat van het gebouw. Sommige mensen slaken een kreet van verrukking, anderen vragen voorzichtig : "Zijn jullie nog aan het verbouwen ?". En toch, hoewel er niets is overgebleven van de oorspronkelijke versieringen en filminstallaties, heeft de zaal niets aan charme en ziel ingeboet. Er is bewust gekozen om de zaal niet aan te kleden. Hierdoor blijven de architecturale inconsequenties en de sporen die de tijd heeft achtergelaten zichtbaar.

1881. De gang die naar de zaal van Nova leidt, was vroeger een zijgang van “Café Monico”, gelegen aan de Arenbergstraat 1, net naast het Théâtre Royal de l’Alcazar, die een massa toeschouwers trok. Achteraan werd een oude drukkerij omgetoverd tot biljartzaal.

1897. Het “Cabaret du XVIème siècle” vervangt de “Monico” en organiseert concerten van oude en moderne muziek. De plaats is in twee opgesplitst. Eén deel wordt de feestzaal van de Taverne Royal, een andere belangrijke buur die zich sinds 1874 van de Koningsgalerij tot de gebouwen van de Schildknaapstraat uitstrekt.

1899. De gerant van de Taverne Royale koopt het gebouw gelegen aan de Arenbergstraat 1, en verbouwt het in een eclectische stijl met een neoklassiek karakter. In 1907 wordt de Taverne Royale op de gelijkvloers gehuisvest.

1902. De nummering van de straat wijzigt. Nummer 3A wordt toegekend aan het gebouw dat binnen het huizenblok ligt en wordt een werkplaats – een winkel voor stoommachines, later voor passementwerk en tenslotte voor decoratie en binnenhuisarchitectuur.

1907. Nummer 3A wordt “La Maison du Rire”, een kortstondig theater en café-concert.

1908. Pathé vestigt zich in het gebouw. De zaal wordt de “Cinéma Mondain”. In de orkestbak worden stomme films muzikaal begeleid.

1911. Terugkeer van de bühne met het “Théâtre du Bois Sacré” en de Brusselse revues.

1918. Na de oorlog krijgen we het “Théatre des Capucines”, gespecialiseerd in luchtige stukken, revues en operettes.

1936-1987. De zaal krijgt een modernistisch aspect en wordt een bioscoop. De “Studio Arenberg” wordt omschreven als intimistisch, met een sobere sfeer en een verfijnd decor ; de bioscoop wijdt zich aan vernieuwende Amerikaanse films. Er zullen verschillende uitbaters en veranderingen zijn, maar de bioscoop zal één van de weinige Brusselse zalen zijn die voorrang geeft aan premières, aan niet-erkende filmmakers, aan zogenaamde marginale werken. De Kredietbank (KB), die eigenaar is van ongeveer alle gebouwen met onpare nummers, koopt de bioscoop in 1985 en beslist om er kantoren van te maken. Niettegenstaande een grote mobilisatie om “Studio Arenberg” te redden, sluit de bioscoop definitief zijn deuren in 1987.

1996. Een groep filmliefhebbers is op zoek naar een zaal om onafhankelijke films, die niet in de distributieketen terecht komen, te projecteren en ontdekt dat de “Studio Arenberg” nooit is afgebroken. De KB heeft zijn aandacht op andere vastgoedprojecten gericht en heeft zijn bouwvergunning nooit geconcretiseerd : de zaal diende gedurende 10 jaar als opslagplaats voor oude meubelen ! De KB aanvaardt een conventie voor tijdelijk gebruik van de zaal gedurende twee jaar te ondertekenen ; gratis. Enkele weken later is de zaal opnieuw ingericht.

1997. Cinema Nova, de “urgentiebioscoop”, is geboren ! De naam verwijst naar de sterren die tijdens een korte periode heel hard schitteren.