Op enkele honderden meters van de Zenne, aan de oever van een van haar vroegere armen, bezat de abdij van Vorst eeuwenlang vijvers die bestemd waren voor de visserij. Toen die aan het begin van de 19e eeuw tijdens de Franse bezetting werden drooggelegd, werd het terrein doorverkocht aan ondernemers die profiteerden van de nabijheid van de spoorwegen en het kanaal, en er de eerste industriële fabrieken ten zuiden van Brussel bouwden. Een eeuw later vestigde de Franse groep Citroën er een fabriek die vervolgens werd overgenomen door concurrent Volkswagen die na 1970 als een olievlek uitdijde in de omgeving. Het deel van de boulevard waar PleinOPENair vandaag haar scherm opstelt, is een overblijfsel uit die tijd waarin het Duitse bedrijf naar believen wegen omleidde en de wijk hertekende. De site werd trouwens in 2005 nog verder uitgebreid kort voordat VW er wegtrok. De overname door dochterbedrijf Audi kon het schrappen van enkele duizenden banen niet voorkomen en de fabriek werd volledig heringericht om elektrische wagens te produceren. Maar minder dan twintig jaar later verscheept Audi het laatste model dat er werd geassembleerd naar Mexico, en laat het een van de grootste industriële braakliggende terreinen van Brussel (53 hectare) achter, dat op het punt staat verkocht te worden. Waar zal het terrein, op de grens tussen woonwijken en een productiezone, nu voor dienen, na de viskweek en de autoproductie?